Dit marktplein werd in het tweede kwart van de 13de eeuw in gebruik genomen, toen het eerste 11de-eeuwse marktplein, de huidige vismarkt, te klein werd voor de groeiende verkoop.
In 1406 verkreeg Diksmuide het recht om in juli een ‘Vrije Jaarmarkt’ te organiseren. Diverse kooplui kwamen van heinde en verre om hun koopwaar drie dagen lang aan te bieden.
Aan de westkant van de markt verhandelden kooplui en landbouwers eeuwenlang grote hoeveelheden boter en kaas op de wekelijkse maandagmarkt. De stadsrekening uit 1581-1582 vermeldt dat er 8.936 grote kuipen boter op de markt werden verkocht.
In 1928 werden nog de nieuwe Boterhallen gebouwd, maar nu herinneren alleen nog de Boter- en Kaasfeesten op pinkstermaandag aan deze drukke handelsactiviteit van weleer. Toch blijft Diksmuide alom gekend als de Boterstad.
Gids : te reserveren in Dienst voor Toerisme