Het Onze-Lieve-Vrouwhoekje in Diksmuide
Het Onze-Lieve-Vrouwhoekje is een beschermd oorlogsoord in de deelgemeente Stuivekenskerke.
KERKHOEK
De kerk van Stuivekenskerke stond vroeger op de zuidhoek van de gemeente, aan de Reigersvliet. De oude kerk was bouwvallig en werd in 1870 afgebroken. De westtoren, van 1572, moest nochtans blijven staan, als karakteristieke getuige van de regionale bouwstijl.
OUD-STUIVEKENSKERKE
De Kerkhoek, met de kerktoren en het kerkhof, kreeg de naam Oud-Stuivekenskerke. Ondertussen had de gemeente Stuivekenskerke een nieuwe kerk, meer centraal en op de plaats waar ze ook wederopgebouwd werd.
TORENRUÏNE
Gedurende de Slag aan de IJzer ( 18 - 31 oktober 1914) werd de toren van Oud-Stuivekenskerke door artilleriegranaten beschadigd. Na de onderwaterzetting (eind oktober 1914) stond hij met de omringende huizen op een eiland.
In december 1914 richtte de artilleriewaarnemer reserveluitenand Edouard Lekeux er een observatiepost in. De toren werd verschillende malen door granaten geraakt en tot een puinhoop herschapen. Vanaf maart 1915 had luitenant Lekeux zijn observatiepost in de geveltop van de beschadigde hoeve ernaast. Hij bleef er tot in mei 1916, ondertussen was hij tot kapitein bevorderd.
GROTE WACHTPOST
Tijdens de Slag aan de IJzer had een Duits detachement Oud-Stuivekenskerke bereikt maar door de onderwaterzetting moest het terugtrekken. Vanaf 3 november 1914 werd hier een Belgische voorpost ingericht, vóór de frontlijn aan de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide.
Gedurende de stellingenoorlog werd die post geleidelijk uitgebreid tot een “grand’ garde”, een grote wachtpost. Dit was een geheel van posten in het geïnundeerde gebied tussen de IJzerdijk en de spoorwegberm. Hier was een compagnie infanterie opgesteld, met enkele mitrailleurs. De verbindingsswegen liepen over lange en glibberige loopbruggen.
In de grote wachtpost waren geregeld verliezen: door beschietingen, door het vuur van mitrailleurs en scherpschutters, bij acties van patrouilles, bij de bevoorrading en aflossing. Het was er altijd gevaarlijk, het leven was er hard en ongezond.
SLEUTELPOSITIE
De grote wachtpost Oud-Stuivekenskerke had een belangrijke plaats in de Belgische verdediging. Hij lag meer dan een kilometer voor de frontlijn en op een kleine verhevenheid in het vlakke landschap, hij kon een ruim deel van het front en van het niemandsland waarnemen en onder vuur houden. “Oud-Stuv” bewaakte de Duitse posten op de westelijke oever van de IJzer en zorgde voor de verbinding met de grote wachtpost Reigersvliet, bij de puinhopen van de hoeve met die naam. Hij beschermde ook de linkerflank van de sector Kaaskerke, vlak tegen de IJzer.
BUNKER
In 1916 kregen de loopbruggen een betonnen scherm. In de torenruïne bouwde de genie een betonnen bunker voor een mitrailleur- en observatiepost, met daaronder een schuilplaats. Naast de puinhopen van de hoeve kwamen twee betonnen schuilplaatsen: één voor de commandopost en één voor de hulppost.
In 1917 was deze grote wachtpost een complex van posten en postjes, loopgraven en verbindingsgangen, prikkeldraadversperringen en loopbruggen.
GEVECHTEN BIJ DE REIGERSVLIET
In maart 1918 verdedigde de Cavaleriedivisie de sector Oud-Stuivekenskerke: een stuk van twee kilometer aan de spoorweg, met daarvóór twee grote wachtposten ten oosten van de Reigersvliet. In het noorden Reigersvliet, in het zuiden Oud-Stuivekenskerke.
In de morgen van 6 maart 1918 werden beide grote wachtposten beschoten en daarna aangevallen. Bij de Reigersvliet moesten de verdedigers wijken maar de aangekomen versterking kon de verloren posten heroveren. Bij Oud-Stuivekenskerke konden de mitrailleurs van het Tweede Bataljon Karabiniers-Wielrijders de Duitse aanval breken.
In de morgen van 18 maart 1918 kwam een nieuwe dubbele aanval. Bij Reigersvliet konden de verdedigers standhouden, een tegenaanval door het Vijfde Regiment Lansiers kon de grote wachtpost ontzetten. Bij Oud-Stuivekenskerke moest de opgestelde compagnie van het Eerste Bataljon karabiniers-Wielrijders wijken tot aan de post bij De Smis,, een andere compagnie van hetzelfde bataljon kon tegen de middag de verloren posten heroveren.
OORLOGOORD
In 1922 kwam de torenruïne op de lijst van 25 te behouden oorlogsoorden, zoals ook de Dodengang met de Cavalier. De Belgische Touring Club richtte er in die tijd een demarcatiepaal op: een kleine zuil die aanduidt waar de Duitse opmars gestopt werd.
GEDENKKAPEL
Kapitein-commandant Lekeux keerde in april 1919 terug naar het klooster waar hij vóór de oorlog novice was. In 1920 werd hij pater Martial. De franciscaan ijverde voor de bouw van een gedenkkapel in Oud-Stuivekenskerke.
In 1925 werd de kapel ingewijd en meteen toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van de Zege.
ONZE-LIEVE-VROUWHOEKJE
De site van Oud-Stuivekenskerke verwierf een nieuwe naam. Vanaf 1954 ijveren “De Vrienden van het O.L.Vrouwhoekje” voor het onderhoud van het oorlogsoord.
In 1959 was de site als landschap gerangschikt, met inbegrip van “het puin van de beschoten kerktoren”. In 1961 werd de torenruïne geconsolideerd, op het platform kwam een bronzen oriëntatietafel. Sinds 1993 is de torenruïne als monument erkend.
GEDENKTEKENS EN GEDENKPLATEN
Links en rechts van de kapel staat een monument: van het Vijfde Regiment Lansiers en van de twee bataljons karabiniers-Wielrijders. In de periode 1955 - ‘66 werden rondom de kapel 41 gedenkzuiltjes opgericht. Ze herinneren aan ingezette eenheden (b.v. regimenten) uit de verschillende divisies. Naast de gedenkplaten in de kapel zijn er de twee aan de torenruïne: de bronzen voor artillerie-officier en pater Lekeux, de stenen voor korporaal Georges Mardaga.